De Hongaarse Mecsek kent veel variatie

De bergketen genaamd de Mecsek ligt in het Zuidwesten van Hongarije. Deze bergen worden door de ligging ook wel de bergen van de Baranya genoemd. Deze ligt namelijk voor het grootste gedeelte in de Hongaarse provincie (commitaat) Baranya.

De bergketen wordt gekenmerkt door een zeer grote verscheidenheid van vorm en grondsoort. Oorzaak ligt in een breuklijn die midden door de bergketen loopt en het landschap verdeeld in een Oostelijk en Westelijk Mecsek. Met name op de breuklijn is een afwisseling van valleien en bergpassen.

Het hoogste punt van de Oostelijke Mecsek is de Zengő met 682 meter. Bij de Westelijke Mecsek is het hoogste punt te vinden op 612 meter bij Tubes. Het laatste wordt gekenmerkt door zandsteen en lei.

In het noorden van de Mecsek, gaan de bergen geleidelijk over in het glooiende heuvellandschap van de provincie Tolna. Het zuidelijke gedeelte sluit aan op de vlakte van Pécs.

Het Mecsek-gebergte wordt gekenmerkt door een Mediterraan klimaat, met een hoog aantal zonuren per jaar. Hierdoor is het landschap uiterst geschikt voor fruitteelt en wijnbouw. Sommige delen van de Mecsek laat de groei van vijgen toe. Door een overvloed aan fruit, ontstaan er verschillende typisch Hongaarse tradities, zoals het stoken van lokale jenevers (palinka).

De grootte variatie in het landschap is een woon- en leefgebied voor vele zeldzame soorten planten en dieren. Sommige soorten zijn alleen in de Mecsek vindbaar.